Het incasseringsvermogen van de Chinese economie

Kan China de wereldeconomie redden?, vroegen velen zich een paar maanden geleden nog af (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier). Het idee was dat de economische groei in China de scherpste kantjes zou afhalen van een recessie in de rest van de wereld. Inmiddels gelooft bijna niemand meer in dit zogenoemde ‘ontkoppelings’-scenario. De peptalks van president Hu Jintao kunnen niet langer verhullen dat de Chinese economie eveneens kampt met grote problemen.

Ten eerste is China als ‘fabriek voor de wereld’ voor een flink deel afhankelijk van export. Dat die de komende maanden in rap tempo zal afnemen, lijkt onvermijdelijk. De getallen voor november beloven niet veel goeds. In die maand nam de export af met 2 procent ten opzichte van een jaar eerder, tot schrik van veel analisten. Ter vergelijking: in oktober dit jaar was er nog sprake van een toename van de export met maar liefst 19 procent (!!).

China kan de eigen economie natuurlijk aan de praat houden met binnenlandse bestedingen. Maar ook wat dat betreft laten verschillende nieuwsberichten geen florissant beeld zien. Luxe restaurants in Peking en Shanghai klagen over een omzetdaling van maar liefst 20 procent. En als ik afga op de gesprekken die ik heb met gewone Chinezen, maakt iedereen zich zorgen. Het is een psychologische wetmatigheid dat mensen die zich zorgen maken, minder snel geld uitgeven. Al met al zal het er dus om spannen.

Wat het extra  penibel maakt is het totalitaire regime in China. Aangezien de overheid alles pretendeert te regelen, is het ook de overheid die de schuld zal krijgen van een eventuele economische malaise. Al jarenlang doet het magische getal van 8 procent economische groei de rondte. Als de groei in China daaronder valt, betekent dat volgens veel analisten in feite een recessie.

If growth dips below the 8% mark, the economic conditions in China would be equivalent to a recession in advanced economies,” said Sherman Chan, an analyst at Moody’s Economy.com in Sydney, Australia, noting that a rate of at least 8% is generally viewed as needed to support China’s large labor market.

En een recessie, dat leidt ontegenzeggelijk tot sociale onrust. Zoveel is zeker: het worden spannende maanden in China.

2 Responses to “Het incasseringsvermogen van de Chinese economie”


  1. 1 Fons Tuinstra

    Even ter relativering. Het ging niet om een teruggang van de export met twee procent, maar een teruggang van de groei van de export van 21 naar 19 procent, dus die groei zit er nog steeds in.
    Dat betekent niet dat er geen problemen zijn, tenslotte heeft het land twintig jaar geleefd op een dieet van heftige groei. Maar uit alles lijkt dat de problemen heel wat minder drastisch zijn dan in de VS.

  2. 2 Michiel Hulshof

    Relativering is op zijn plaats, maar laten we dan ook helemaal exact zijn. De export in november van dit jaar lag wel degelijk 2,2 procent LAGER vergeleken met de maand november 2007 (een negatieve groei is een afname). Met de import was het nog dramatischer gesteld. Die lag in de maand november 2008 maar liefst 18 procent onder het niveau van november 2007. Zie de officiële cijfers.

    Maar je hebt gelijk als je zegt dat een dipje in november nog niet wil zeggen dat de jaarlijkse export daalt. Pas als er nog 5 of 6 maanden zoals november volgen, valt de jaarlijkse groei terug tot nul of zal er zelfs sprake zijn van een exportdaling. Vooralsnog gaan alle economisch analisten ervan uit dat de totale Chinese economie in 2009 minstens 6 procent zal groeien. Dat is hoog, maar het is ook een getal waarvan jarenlang gezegd is dat het te laag is om de werkgelegenheid in China op peil te houden. Dat er ontslagen gaan vallen, lijkt dus onvermijdelijk.

    De situatie in China is natuurlijk vele malen beter dan in de VS, maar wellicht ook kwetsbaarder door het rigide politieke systeem dat sociale onrust nu eenmaal minder gemakkelijk ‘absorbeert’ dan een open democratie.

Leave a Reply